praktijk voor natuurlijk genezen

menu

Supertip tegen uitstel-gedrag

Uitstelgedrag heeft te maken met vermoeidheid en sleur. En die sleur daar kunnen we wat aan doen.

Maar het is ook heel belangrijk hoe je er zelf tegenaan kijkt. Als je een lijst hebt met klusjes die je moet doen, en je schrijft er boven “Lijst met rotklussen waar ik geen zin in heb en eigenlijk snap ik ook niet waarom ik dit moet doen, kan een ander het niet doen?” Dan komt er van die kusjes niet veel terecht. Logisch. Het  werkt precies hetzelfde als het niet op papier staat, maar alleen maar in je hoofd zit. Behalve dan dat de lijst in je hoofd veel groter of onoverzichtelijker is dan op papier. Wel opschrijven dus. Maar dan wat anders erboven zetten.

Uitstelgedrag kun je aanpakken met twee lijsten. Twee verschillende kluslijsten. Of eigenlijk een actieplan en een scorelijst. Dat klinkt beter.

 

De eerste kluslijst (actieplan) is de lijst met klussen die je moet of wilt doen.

(Niet denken: Dat ken ik al, gewoon even helemaal doorlezen…) Hier schrijf je alles op wat er in je hoofd opkomt, ook de kleine dingen zoals afwasmachine uitpakken, als je daarbij ook uitstelgedrag voelt opkomen. Dit is in principe een oneindig doorlopende lijst want er komen elke dag weer klussen bij natuurlijk. Neem er een notitieboek voor. Koop een echt mooi boek, in een boekwinkel, of maak er zelf iets moois van. Want het moet je een goed gevoel geven. Uiteindelijk wordt dit het boek waarin alles staat wat je al gedaan hebt. En dat voelt veel beter dan het boek met alles wat je nog moet doen en waar je geen zin in hebt. Dus: Geef jezelf een schitterend klusboek cadeau.

Je begint NIET op de eerste bladzijde, sla een paar bladzijden over om ruimte te maken voor positieve, motiverende teksten. Kom je iets moois tegen dan schrijf je dat hier op de eerste bladzijden.

Neem een pagina en schrijf de lijst op van dingen die “vandaag, morgen of deze week” moeten gebeuren. Neem een aparte pagina (achterin het boek?) voor klussen die “een keer” moeten gebeuren maar niet perse deze week. Schrijf alles op wat er in je hoofd zit. Dat geeft ruimte in je hoofd. Schiet je later nog iets te binnen, dan schrijf je dat er onder. Laat onderaan de pagina een beetje ruimte open en ga op de volgende bladzijde verder.

Elke dag pak je het boek en zet je een rondje voor de klussen die je echt die dag wilt of moet doen. Wees reëel, maak het jezelf niet te moeilijk.  Is de klus gedaan dan zet je een kruisje in het rondje. Heb je klussen gedaan die niet op de lijst stonden, zet ze er dan onder (daarom stukje leeg laten) en zet er een rondje met een kruisje voor. Aan het eind van de dag zie je wat je allemaal gedaan hebt. Dat zal de ene dag meer zijn dan de andere. Zet daarom elke dag een ander tekentje in het rondje. Heb je op een dag enorm veel gedaan, kleur dan alle rondjes van die dag rood of groen of paars. Daar mag je trots op zijn! Op andere dagen zie je dan hoeveel je toen gedaan hebt . Krijg je het op een andere dag niet voor elkaar om je klussen te doen, nou ja. Goeie en slechte dagen, niet erg.

De bedoeling van dit klusboek is dat het niet allemaal in je hoofd blijft zitten, en dat je je bewust wordt van wat je WEL gedaan hebt, en dat is heel veel! Wilde je de koelkast schoonmaken en kwam je niet verder dan de was, de boodschappen en je kind helpen met huiswerk? Dan heb je toch heel wat gedaan! 3 klussen ipv 1! Dus schrijf die drie dingen in je boek!

  • Moet dit klusje echt gedaan worden? Of moet het echt elke dag/week/maand? Er zijn heel veel dingen die je doet omdat je dat geleerd hebt. Of die je doet uit gewoonte. Bed opmaken bijvoorbeeld. Is dat echt nodig? Bekijk zo zelf wat je kunt doorstrepen zonder dat de klus gedaan is.
  • Moet jij dit echt doen? Kun je met een taakverdeling je lijst uitdunnen?
  • Kun je voor een paar cent je buurjongen zo gek krijgen? Auto wassen voor 2 euro bijvoorbeeld?

 

De tweede kluslijst (scorelijst) is iets heel anders.

Maak een lijst met 4 verticale kolommen. In de eerste kolom schrijf je de klussen waar je tegenop ziet. De drie kolommen ernaast zijn voor “goed” “normaal” en “snel”. “Goed” betekent helemaal, uitgebreid, extra aandacht, enz. “Snel” betekent dat je alleen het aller-noodzakelijkste doet, dat je het even afraffelt. Want dat mag ook af en toe. De indeling kan ook betekenen "veel, middelmatig, weinig" als het bijvoorbeeld over strijken gaat.

Moet je een klus doen, dan bereid je je voor door eerst een kop koffie te drinken, en te bepalen of je het goed, normaal of snel gaat doen. Kijk op de klok, wacht tot de secondewijzer op 12 staat, en start. Ben je klaar dan bekijk je hoeveel tijd het je gekost heeft. Trek eventuele plaspauzes en telefoontjes-tussendoor er van af, en schrijf de tijd op je lijst. Nu weet je precies hoeveel tijd je voor een klus nodig hebt. En dat is ongetwijfeld véél minder dan je dacht. Want als je er tegenop kijkt lijkt alles erger dan het is.

Het wedstrijdelement houdt het spannend en dat helpt tegen de sleur (een van de oorzaken van futloosheid). Het vullen van de lijst is leuk. “Ik heb het al snel gedaan en normaal, nou ga ik kijken hoeveel tijd “uitgebreid” kost. Want die heb ik nog niet gehad.” Maar ook een volgende keer is leuk. “Vorige keer heb ik het in 23 minuten gedaan, eens kijken wat het vandaag wordt.” Een ander voordeel is dat je niet meer dingen voor je uitschuift omdat je straks weg moet. Je weet nu immers dat het in 23 minuten kan. Dus kun je daarna nog wat anders  doen voor je weg moet. Omdat je de tijd opneemt lijkt het alsof er een startsignaal is; een duidelijke overgang tussen de bank en actie. Je hebt direct meer energie.

Deze website gebruikt cookies voor de registratie van statistieken: Verberg deze melding

naar boven