praktijk voor natuurlijk genezen

menu

Autisme-veilig opvoeden vanaf de geboorte is ook goed voor kinderen zonder autisme.

Eigenlijk zouden we álle kinderen een autisme-vriendelijke opvoeding moeten geven.

Veel ouders hebben eigenlijk geen idee wat autisme is, en hoe je een kind met autisme opvoedt. Pas als je kind de diagnose krijgt ga je je er in verdiepen. Maar dan is het eigenlijk al te laat. Kinderen met autisme zouden vanaf hun geboorte een veilige opvoeding moeten krijgen, zodat ze minder gefrustreerd raken, en een minder slecht zelfbeeld krijgen. Eigenlijk zouden we álle kinderen vanaf de geboorte een autisme-vriendelijke opvoeding moeten geven. Autisme-vriendelijk opvoeden, hoe doe je dat?
 

Autisme wordt vaak pas herkend als een kind gefrustreerd raakt.

Kinderen met autisme hebben een veel intensievere begeleiding nodig, al vanaf de geboorte. Helaas wordt autisme vaak pas later ontdekt. Voor peuters en kleuters met autisme is de wereld onveilig, tegenstrijdig en onbegrijpelijk, en ze lijken alles fout te doen. Daardoor raken ze enorm gefrustreerd. En dán pas wordt autisme herkend. Dan pas worden ze anders begeleid en beoordeeld. Maar dan hebben ze al een slecht zelfbeeld gevormd, want hoe je je voelt over jezelf ontstaat tijdens de eerste 5 jaar van je leven. Om een kind een veilige start te geven is het belangrijk dat ouders weten hoe een kind met autisme denkt. Ook als je kind geen autisme heeft. Want de begeleiding die kinderen nodig hebben om zich veilig en gewaardeerd te voelen, is zinvol voor alle kinderen, met en zonder autisme.

Peuters en kleuters met autisme worden vaak verkeerd begrepen, en krijgen daardoor een slecht zelfbeeld. Hoe kun je dat voorkomen?

Kinderen met autisme zijn allemaal verschillend, net zoals alle mensen met suikerziekte heel verschillend zijn. Toch kun je over het algemeen zeggen: Kinderen met autisme hebben meer tijd nodig, duidelijke uitleg, consequentie, voorspelbaarheid, vaste routines, herhaling, voordoen, regelmaat, maar vooral duidelijke taal. Als de ouders dat (nog) niet in de gaten hebben, dan wordt het kind met autisme overprikkeld en overvraagd, en gaat het zelf zoeken naar houvast door grenzen af te dwingen. Ze weigeren, ze volharden, ze dwingen, omdat zij zelf weten dat ze geen nieuwe prikkels kunnen verwerken, als ze nog met iets anders bezig zijn.

Kinderen met autisme kregen vóór hun diagnose van buitenstaanders vaak etiketten als: Lastig, driftig, opstandig, kieskeurig, star, sterke eigen wil, koppig, dwars, eigenwijs, angstig, dwingend, agressief, doordrammer, jankerd. En vaak dachten de ouders ook regelmatig zoiets over hun kind. Maar deze gedragingen zijn de uiting van hun machteloosheid. Geen karaktertrek. En ook niet een standaard verschijnsel van autisme.

Gelukkig zijn er ook heel veel ouders die haarfijn aanvoelen dat hun kind extra uitleg en bescherming nodig heeft. Maar dan is het soms nog lastig om opa en oma (of andere volwassenen) uit te leggen hoe jouw kind benaderd moet worden. Ouders krijgen vaak te horen: “Je verwent hem”, “Je bent overbezorgd”, “Hij stelt zich aan, je moet strenger zijn”, of “Ik ga me niet aan hem aanpassen, hij moet zich maar aanpassen, dat moet hij toch leren”.

Veel kinderen met autisme zijn gevoelig voor kritiek, en voelen zich waardeloos

De meeste kinderen met autisme zijn hooggevoelig (niet hoogsensitief). Ze voelen de teleurstelling en het ongeduld van ouders die willen dat hun kind “gewoon luistert”, en “gewoon doet wat ik wil”. En kinderen die emoties van anderen niet goed kunnen aanvoelen, horen wel dat ze steeds weer kritiek krijgen. Daardoor krijgen veel kinderen met autisme een negatief zelfbeeld. “Ik doe het toch altijd verkeerd”, “Jullie houden niet echt van mij”, “Ik ben niets waard”. Als dit al op jonge leeftijd gebeurt, dan kan dat heel moeilijk veranderd worden. (Dit leg ik verderop uit, onder het kopje  inprenting)

Hoe kun je voorkomen dat een kind met (of zonder) autisme zo gefrustreerd raakt?

De bedoeling van opvoeden is, je kind helpen zichzelf te ontplooien, zijn talenten te ontdekken, en zelfvertrouwen te krijgen. Opvoeden is niet: ‘Zorg dat je kind zich gedraagt zoals jij denkt dat het hoort’. Of nog erger: zoals het voor jou gemakkelijker is. Elk kind heeft rust en veiligheid nodig, bevestiging en complimenten. Een kind met autisme nog een beetje meer dan andere kinderen. Als je je kind steeds weer laat weten dat het anders of sneller moet, help je je kind niet. Als je weet hoe het brein van een kind met autisme werkt, dan zie je dat je kind niet eigenwijs is, maar eigen-wijs. Niet dwars maar origineel. Echte intelligentie is niet Goed kunnen navertellen wat iemand anders bedacht heeft, maar zelf originele ideeën vormen. En dat kunnen mensen met autisme vaak juist erg goed.

Waarom doet een kind met autisme niet gewoon wat je wilt?

Wij zijn gewend dat kinderen zich aanpassen, meedoen, en nadoen. Kinderen met autisme doen dat niet. Een kind met autisme denkt anders, en verwerkt anders. Ze zijn niet zozeer groepsleden, maar unieke individuen. Ze spiegelen niet het gedrag van hun ouders, maar moeten zelf de wereld en de regels ontdekken. Dat kost natuurlijk ook veel meer tijd. En dat kan ouders tot wanhoop drijven, als ze haast hebben omdat ze naar hun werk moeten. De normale benadering (volgens de norm, het meest gangbaar) werkt bij deze kinderen niet. Zolang ouders denken dat het kind zich moet aanpassen aan de norm, geeft dat frustratie bij ouder en kind.
Als je direct goed uitlegt wat je van je kind wilt, dan kan je kind daar aan voldoen. Jij bent dan tevreden, je kind ook.

7 tips om kinderen met (en zonder) autisme een veilige start te geven

1 Graag duidelijk taal en exacte informatie.

Je kind wil niets liever dan jouw waardering. Daarom wil hij zich aan de regels houden. Voor kinderen met autisme zijn de regels een houvast. Als je je aan de regels houdt, dan ben je goed. Als de regels niet duidelijk zijn, dan wordt het lastig. Kinderen met autisme zijn ook vaak gevoelig voor kritiek. Als je zegt: “Dat is een beetje teveel”, dan wordt dat opgevat als: “Ik heb het verkeerd gedaan”. En hoe meer kritiek ze krijgen, hoe heftiger deze reactie wordt. Daarom willen ze van tevoren weten wat de regels zijn. Liefst exact.

Als een kind met autisme leert koken, dan ziet hij wat je doet: Water in de pan, gas aan, 10 minuten wachten, pasta er in, 12 minuten wachten, afgieten. Hij kijkt niet of het water kookt, en hij checkt niet of het gaar is, als jij hem daar niet op wijst. De exacte tijden zijn voor hem een houvast. Dus gebruik ook alsjeblieft geen woorden zoals “een snufje”, want niemand weet hoeveel dat precies is. (Lees maar: Koken met Asperger: Spagghetti Bolognese)

2   Begrijp je kind: Kinderen met autisme doen PRECIES wat je zegt. Niet wat je wilt.

Hoe werkt dat autistische brein? Je kunt het vergelijken met kunstmatige intelligentie. Kunstmatige intelligentie doet altijd PRECIES wat je vraagt, maar nooit wat je wilt. En dat komt omdat je vaak niet precies de goede woorden gebruikt om uit te leggen wat je wilt. Ik bedoel niet dat kinderen met autisme lijken op robots. Ik bedoel dat we inzicht kunnen krijgen over opvoeding en communicatie, door te kijken hoe wetenschappers/ingenieurs kunstmatige intelligentie ‘opvoeden’.

Een mooi voorbeeld:

Een robot met kunstmatige intelligentie kreeg de opdracht om zo efficiënt mogelijk te ‘lopen’. Die opdracht werd omschreven als: “verplaatsen in de ruimte, met zo weinig mogelijk contact tussen voeten en vloer”. De robot heeft toen van alles geprobeerd, en uiteindelijk heeft hij ontdekt dat hij op de knieën kan lopen. Zijn knieën raken de grond, zijn voeten niet. De robot doet PRECIES wat er gevraagd werd. 

Zo werkt het brein van een kind met autisme ook. Als je een kind met autisme zegt: “Schiet op, je moet naar school”, dan gaat hij naar school, omdat jij het zegt. Zonder tas, zonder broodtrommel, misschien zelfs zonder schoenen. Als je alleen zegt “Schiet nou op, je moet weg!”, dan is dat erg verwarrend. Te weinig informatie. Je jonge kind doet heel erg zijn best om het goed te doen, maar hij begrijpt de opdracht niet. De context die jij logisch vindt, en dus niet noemt, ziet je kind niet. Als je een kind iets wilt leren, dan moet je heel goed omschrijven wat de bedoeling is. En dat geldt niet alleen voor kinderen met autisme.

3   Als je een kind iets wilt leren, let dan op waar de focus ligt.

Kinderen met autisme hebben sterker de neiging om in te zoomen op een detail. Het grote geheel gaat dan verloren omdat alle aandacht naar dat detail gaat. Voorbeeld: Bij het leren handen wassen ziet je kind dat de handen onder het stromende water moeten. Het gedeelte van zeep, insmeren en afspoelen viel hem niet op omdat hij gefascineerd was door het stromende water, en dat jij je handen daar onder hield, en dat het water toen niet meer recht naar beneden stroomde maar langs je handen. Daarom is het belangrijk dat je het niet alleen voordoet, maar ook omschrijft wát je doet (en waarom). Ook hier geldt: Dit is niet alleen belangrijk voor kinderen met autisme.

4   Inprenting: De eerste keer dat je kind iets ziet, is het belangrijkst.    

De eerste keer dat je kind iets ziet, hoort of doet, is het belangrijkst, want dat wordt een inprenting. Als je daarna iets wilt veranderen, dan moet er actief getraind worden. Dit geldt voor alle kinderen, maar bij kinderen met autisme lijken inprentingen vaker en sterker voor te komen. Voorbeeld: De leerkracht van groep 1 laat een foto van een kameel zien en vraagt: “Wie weet wat dit voor dier is?” Niemand weet het. Dan roept Joep: “Giraf!” “Nee”, zegt de juf, “Dit is een kameel.” Als de juf de volgende week weer de kameel laat zien, roept de halve groep: “Giraf!”. De giraf is ingeprent. Die gaat niet zomaar weg. Dat het een kameel is moet nu met veel herhaling getraind worden.

Heeft je kind eenmaal iets verkeerd aangeleerd, dan is het heel lastig dat nog te veranderen. Dus als je kind de eerste jaren leert ‘dat hij het toch altijd verkeerd doet’, dan is het heel erg moeilijk om hem nog zelfwaardering te laten krijgen. En als hij leert dat de wereld eng is, dan zal het lastig zijn die angst te overwinnen. En als een kind met autisme denkt dat je niet echt van hem houdt, dan moet je erg veel moeite doen om hem te overtuigen dat je wél van hem houdt.

Daarom is het erg belangrijk bij alles wat nieuw is je kind te begeleiden. Spreek uit wat er gebeurt en waarom. En check of de aandacht is bij datgene waar het om gaat. Voorbeeld: Je kind gaat voor het eerst naar school, en als hij terug komt zit er nog een boterham in zijn broodtrommel. Je vraagt waarom hij die niet heeft opgegeten. De tweede dag vraag je als hij thuiskomt: Heb je je boterham opgegeten? Je kunt wel raden wat er nu volgens je kind het belangrijkste is aan naar school gaan.

5   Zorg dat je kind het begrijpt.

Als je iets niet kunt begrijpen, dan moet je het uit je hoofd leren. Zo leert een kind met autisme sociaal gedrag uit het hoofd. Want laten we eerlijk zijn, sociale regels zijn onduidelijk. En eigenlijk worden sociale regels niet uitgelegd. We gaan er gewoon van uit dat iedereen dat wel aanvoelt. Wil je je kleuter een goede start geven, leg dan alles uit.

6   Uitzonderingen worden niet begrepen.

Kinderen met autisme kunnen slecht tegen uitzonderingen. Zij willen regels om zich aan vast te houden. Kinderen met autisme volgen de regels en trekken logische conclusies. Als er uitzonderingen zijn, dan klopt de regel blijkbaar niet. Dan moet je zelf een regel vinden, waarin zowel de regel als de uitzonderingen gedekt zijn. Vaak is dat onmogelijk. Dan moet je overgaan op kansberekening. Als je meestal zout in het eten doet, dan zal dat altijd wel goed zijn. De uitzondering wordt genegeerd. Uitzonderingen vallen buiten de regel, dus wat moet je daar mee?

Voorbeeld: Je leert je kind dat zij ‘u ‘ moet zeggen tegen oudere mensen. Buurvrouw komt binnen, je dochter zegt “U”, en buurvrouw roept: “Zeg maar ‘jij’ hoor, anders voel ik me zo oud”. Een kind met autisme snapt dat niet. Je kind wil het alleen maar goed doen, dus ze zoekt een regel waarin de uitzonderingen gedekt zijn. Nu wil ze weten vanaf welke leeftijd je ‘u ‘ moet zeggen, en gaat ze iedereen vragen naar de leeftijd. Dát is de enige manier om niemand boos te maken, dus om zich veilig te voelen.

Als je bij uitzonderingen alleen zegt: “Maar nu wel” of “Dat is nou eenmaal zo”, dan kan je kind daar nog steeds niets mee. En als je zegt: “Dat moet je gewoon aanvoelen” dan voelt je kind zich weer gefrustreerd omdat het daar niet aan kan voldoen.

Hoe ga je daar dan mee om? Leg je kind de regel uit, en voeg daar de uitzondering aan toe. “Je moet altijd ‘u‘ zeggen tegen volwassen mensen die net zo oud lijken als mamma, of nog ouder, TENZIJ ze zelf zeggen dat je ‘jij’ mag zeggen.”

7   Wees eerlijk over emoties.

Kinderen met autisme vinden emoties vaak verwarrend. Misschien juist wel omdat ze er erg gevoelig voor zijn. Ben je ontevreden, dan voelt dat voor je kind alsof je boos bent. Als je dan zegt: “Nee, ik ben niet boos!”, is het dan vreemd dat je kind het niet meer kan volgen? Volwassenen liegen vaak over emoties. Hoe kan je kind regels over emoties ontdekken als volwassenen er zo onduidelijk over zijn?

Kunnen we elk kind vanaf de geboorte een autismevriendelijke opvoeding en begeleiding geven?

Moet je zoveel moeite doen als je er van uit gaat dat je kind toch geen autisme zal hebben? Ja. Een autisme-vriendelijke opvoeding is voor elk kind goed. Duidelijke taal en duidelijke afspraken zijn voor ieder kind een goede start. En niet alleen voor kinderen. Als ik een nieuwe baan krijg hoop ik ook dat iemand mij duidelijk  uitlegt wat er van mij verwacht wordt. In je relatie wil je ook duidelijke afspraken. Als je iets nieuws leert hoop je ook dat je duidelijke aanwijzingen krijgt.

Eigenlijk willen we altijd duidelijke afspraken, als het om iets belangrijks gaat. En de opvoeding van je kind is iets belangrijks. Vooral als je weet dat jij voor je kind een hoop frustratie kunt voorkomen. Ook als je kind geen autisme blijkt te hebben.

 

Kinderen moeten juist leren met frustraties om gegaan. Natuurlijk is veiligheid belangrijk maar niet frustratieloos. Het woord Frustratie associeert met frustratietolerantie. Wat jij bedoelt is normerend het diepste  zelfgevoel kraken door op de negatieve kanten te gaan zitten in plaats van positief naar de mogelijkheden van een kind te kijken en het te stimuleren.

Inderdaad. Dank je wel.

 

Wat kan ik voor je doen?

Handig hoor, dat iemand gewoon de spanning uit je lijf weg kan halen. Via een foto nog wel. Jammer dat je dat niet met volwassenen kunt.

  

Ik ben Jackelien Cerrone.

Energetisch therapeut en paranormaal therapeut.

Ik communiceer niet met je ratio maar met je onderbewuste.
Via het energieveld en het onderbewuste zoeken we de oorzaak van je klachten. Met helder waarnemen zie ik wat er gebeurd is.
Met energetische therapie brengen we je energieveld in balans.
En met visualisatie lossen we problemen op in het onderbewuste.
Ik ben gespecialiseerd in traumaverwerking en hooggevoeligheid.

Meer over mij lees je hier.

 

Inspiratie en Tips: Kinderen & Opvoeding

Inspiratie en Tips: Kinderen & Opvoeding

Nieuwste artikelen:

 

 

Deze website gebruikt cookies voor de registratie van statistieken: Verberg deze melding

naar boven